Minotaurus

Tussen droom en nachtmerrie
Verborgen in de spelonken van vergetelheid
Leeft dat wat ik niet wens te benomen

Geketend door mijn verstand
In leven gehouden door mijn aandacht
Smachtend wachtend op mijn liefde.

Ooit bezocht ik dit oord wakend
In de hoop de droom realiteit te laten worden.
Nu bezoek ik het slechts af en toe, slapend

Geleidt door wat mijn hart niet kan vergeten
Maar mijn hoofd het liefst vermijdt.
Weggestopt in een labyrinth
zonder touw wat mij leidt.

Zijn aangezicht vervult met angt en liefde,
Haat en tederheid.
Ik verblijf daar totdat de ochtend mij bevrijd.

Zelfs wakend  volgen zijn ogen me nog overal
Daar tussen droom en nachtmerrie
Daar mijn liefste, vind ik jou.